DUURZAAMHEID | Bouwen met oog voor wat er al leeft
Midden in Amsterdam werkt KWS aan Zuidasdok. Een omgeving van asfalt, spoor, kantoren en intensief ruimtegebruik, maar óók van bomen, watergangen, vleermuizen en andere flora en fauna. Hoe zorg je ervoor dat die natuur een plek houdt tijdens zo’n groot infraproject? Ecoloog Stijn van den Bergh vertelt waarom ecologie al vanaf het ontwerp aan tafel hoort te zitten. Wie aan de Zuidas denkt, denkt misschien niet direct aan natuur. Toch is die volop aanwezig. De A10 loopt verhoogd door het gebied, met aan weerszijden begroeide taluds. Deze kunnen functioneren als groene migratieroutes door de stad. Ook het Beatrixpark ligt direct naast het projectgebied.
“Ecologie in een stad bestaat eigenlijk uit een netwerk van kleinere groene gebieden die met elkaar verbonden zijn vertelt Stijn. “Denk aan oevers, taluds en bomenrijen. Juist die verbindingen zijn belangrijk voor planten en dieren.”
Stijn van den Bergh Ecoloog KWS @vice
Eerst weten wat er leeft
Voordat de werkzaamheden beginnen, is het belangrijk om precies te weten welke soorten in en rond het projectgebied voorkomen en welke functies het gebied voor deze soorten heeft. Daar gaat veel onderzoek aan vooraf.
“Je moet weten wat er aanwezig is voordat je kunt bepalen wat de gevolgen van werkzaamheden zijn. Sommige ecologische onderzoeken nemen meerdere jaren in beslag. Vervolgens kijken we samen met ontwerp- en uitvoeringsteams waar werkzaamheden en natuur elkaar raken en welke maatregelen nodig zijn.”
Rond Zuidasdok zijn bijvoorbeeld twee foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Om verstoring zoveel mogelijk te beperken, wordt onder meer gekeken naar vleermuisschermen, vleermuisvriendelijke verlichting en de fasering van werkzaamheden. Zo wordt er zo veel mogelijk bij daglicht gewerkt.
Op tijd aan tafel maakt het verschil
Volgens Stijn zit de meerwaarde van een ecoloog binnen een infraproject daarom niet alleen in het voldoen aan wet- en regelgeving. Juist vroege betrokkenheid maakt verschil.
“Als je ecologie pas laat meeneemt, kun je er bijvoorbeeld achter komen dat aanvullend onderzoek nodig is. Dat kan leiden tot vertraging van een project. Door vroeg te beginnen, weet je welke natuurwaarden aanwezig zijn en kun je daar in het ontwerp en de fasering al rekening mee houden.”
Dat betekent ook meedenken over kansen. Kunnen bestaande bomen behouden blijven? Kunnen natuurgebieden beter met elkaar worden verbonden? Of kan een ontwerp zo worden aangepast dat de ecologische functie van een gebied behouden blijft?
“Primair is mijn rol het beschermen van wat er al is. Maar we signaleren ook kansen om meerwaarde te creëren voor natuur en biodiversiteit. Of die kansen uiteindelijk kunnen worden benut, hangt natuurlijk ook af van bijvoorbeeld tijd en budget.”
Een duiker in plaats van een afgesloten vijver
Hoe vroege betrokkenheid van een ecoloog verschil kan maken, blijkt bij de aanleg van een tijdelijke bouwweg. Hiervoor moet een deel van een watergang worden gedempt. In het oorspronkelijke ontwerp zou hierdoor een kleine, geïsoleerde waterpartij ontstaan.
“Ecologisch is dat niet wenselijk. Zo’n kleine waterpartij kan sneller opwarmen en de waterkwaliteit kan achteruitgaan.”
Na overleg is het ontwerp aangepast. Het dempen blijft deels nodig, maar onder de demping wordt een duiker aangelegd. Zo blijven de watergangen met elkaar verbonden. Daarnaast wordt een vleermuisscherm geplaatst om de lichtinval richting de watergang te beperken.
Voor Stijn laat dit goed zien waarom ecologie al in de ontwerpfase aan tafel hoort te zitten. Door techniek, uitvoering en ecologie vroeg samen te brengen, kunnen oplossingen worden gevonden die technisch uitvoerbaar zijn én rekening houden met de aanwezige natuur.
“Ik zei laatst tijdens een overleg met een ontwerpleider: ik zit hier namens de vleermuizen en jij weet wat technisch wel en niet mogelijk is. Samen probeer je dan tot de beste oplossing te komen.”
Meer dan alleen CO₂
Tijdens de Klimaatweek gaat veel aandacht uit naar het verminderen van CO₂-uitstoot. Maar een toekomstbestendige leefomgeving vraagt volgens Stijn om een bredere blik.
“Klimaat, biodiversiteit en ecologie hangen met elkaar samen. Planten en dieren zijn afhankelijk van een gezonde bodem, voldoende voedsel en geschikte verblijfplaatsen. Als de biodiversiteit op orde is, draagt dat bij aan de kwaliteit van de natuur in een gebied.”
Zeker in een stad speelt ook klimaatadaptatie een belangrijke rol. Groen kan voor schaduw en verkoeling zorgen en helpt bij het vasthouden en infiltreren van regenwater. Daarmee kunnen groene gebieden bijdragen aan het beperken van hittestress en wateroverlast.
Wanneer is een project voor een ecoloog dan geslaagd?
“Als we beschermen wat er al aanwezig is, is dat al van grote waarde. Maar voor mij is een project extra geslaagd als we daarnaast natuurinclusieve en klimaatadaptieve kansen kunnen benutten. Als we waar mogelijk nét een stap extra kunnen zetten.”
Zo wordt de rol van een ecoloog binnen een groot infraproject heel concreet: vroeg onderzoeken wat er leeft, natuurwaarden meenemen in ontwerp en uitvoering én kansen signaleren om een gebied waar mogelijk beter achter te laten.